Relaties
Misgenderen: wat je doet als je het fout zegt, als het jou overkomt en als je het ziet gebeuren
Een praktische gids over misgenderen en deadnaming: hoe je goed sorry zegt, hoe je nieuwe namen en voornaamwoorden oefent, wat je zegt als je gemisgenderd wordt en hoe je ingrijpt als omstander.

Misgenderen betekent iemand aanspreken of over iemand praten op een manier die niet bij diens gender past. Denk aan de verkeerde voornaamwoorden (“hij” voor een vrouw, “zij” voor een non-binair persoon die “hen” gebruikt), verkeerde genderwoorden (“meneer”, “dames”, “zoon”) of een vroegere naam, vaak deadname genoemd. Het kan per ongeluk gebeuren, uit gewoonte of met opzet.
Voor trans en non-binaire mensen is misgenderen geen klein foutje dat één keer voorkomt. Het kan vele keren per dag gebeuren, door onbekenden, collega’s, familie en formulieren. Elk moment lijkt voor de spreker misschien klein, maar samen putten ze uit, en in sommige situaties onthullen ze privé-informatie of brengen ze iemand in gevaar.
Deze gids gaat over drie situaties: als jij iemand misgendert, als jij gemisgenderd wordt en als je ziet dat het iemand anders overkomt. Onze gids over namen en voornaamwoorden gaat over kennismaken en dagelijkse gewoonten; deze gids richt zich op wat je op het moment zelf en daarna doet.
Waarom het meer uitmaakt dan het lijkt
Mensen zeggen soms: “Het is maar een woord.” Een paar redenen waarom het meer is:
- Het stapelt op. Eén fout laat je wel gaan. Tientallen per week slijten je uit.
- Het kan iemand outen. Een deadname of oude voornaamwoorden gebruiken waar anderen bij zijn, kan zonder toestemming onthullen dat iemand trans is.
- Het zendt een boodschap uit. Herhaald misgenderen, zeker na een correctie, kan voelen als de boodschap dat iemands identiteit niet echt is.
- Het kan gevaar opleveren. Op vijandige plekken kan misgenderd worden in het openbaar aandacht of agressie trekken.
Het goed doen is een simpele, dagelijkse manier om respect te tonen. Af en toe een fout maken is menselijk. Het verschil zit in hoe je reageert.
Als jij iemand misgendert: herstellen in drie stappen
Merk je dat je de verkeerde naam, het verkeerde voornaamwoord of woord gebruikte:
- Verbeter jezelf kort. “Zij, sorry, zij zei…” en maak je zin af.
- Maak er geen scène van. Lange excuses, uitleg over hoe moeilijk het voor jou is of zelfkritiek verleggen de aandacht naar jouw gevoelens. De ander voelt zich dan misschien verplicht jou te troosten.
- Doe het de volgende keer beter. De echte verontschuldiging is het daarna goed doen.
Als iemand anders je verbetert, zijn een simpel “dank je” en het juiste woord genoeg.
Besef je het pas later, bijvoorbeeld na een vergadering, dan kun je een kort privébericht sturen: “Ik gebruikte net het verkeerde voornaamwoord voor je. Sorry, ik let beter op.” Houd het kort. Een antwoord is niet nodig.
Nieuwe namen en voornaamwoorden oefenen
Oude gewoonten kunnen sterk zijn, vooral als je iemand al jaren onder een andere naam kent. Oefenen helpt meer dan goede bedoelingen.
- Oefen als de persoon er niet bij is. Zeg zinnen hardop: “Alex komt eten. Hen neemt het toetje mee.” In het begin voelt het vreemd, daarna wordt het snel gewoon.
- Pas het contact in je telefoon en je notities aan naar de huidige naam.
- Denk met de juiste woorden aan de persoon. Wie in gedachten misgendert, zegt het vaak ook hardop.
- Gebruik de naam als je in een snelle zin twijfelt over het voornaamwoord.
- Let op als je over vroeger praat. “Toen hij klein was, was hij gek op voetbal” klopt voor een transman, ook al werd hij toen als meisje gezien.
Neutrale taal in werk met publiek
Werk je met publiek, in een winkel, restaurant, klantenservice of praktijk, dan ontmoet je mensen van wie je het gender niet aan uiterlijk of stem kunt afleiden.
- Groet zonder gender. “Goedemiddag, waarmee kan ik helpen?” werkt beter dan “Goedemiddag meneer” of “Zegt u het maar, mevrouw”.
- Benoem mensen naar wat ze doen. “De persoon met de blauwe jas is aan de beurt” in plaats van “de dame in het blauw”.
- Ga voorzichtig om met namen uit reserveringen. Past de naam niet bij hoe iemand zich presenteert, gebruik dan de naam die diegene zelf noemt, of vermijd namen.
- Aan de telefoon is de stem een slechte aanwijzing voor gender. Vermijd “meneer” en “mevrouw”, tenzij de beller die zelf gebruikt.
Deze gewoonten helpen iedereen, ook cisgender mensen die vaak voor een ander gender worden aangezien.
Als jij gemisgenderd wordt: je reactie kiezen
Gemisgenderd worden kan boosheid, verdriet, vermoeidheid of schaamte oproepen. Je bent niemand een perfecte reactie verschuldigd. Het helpt om een paar antwoorden klaar te hebben en telkens te kiezen welk past.
Vriendelijke correctie, bij een eerlijke vergissing:
- “Zij, eigenlijk.”
- “Ik gebruik hen.”
- “Het is nu Sam.”
Stevigere correctie, als het blijft gebeuren:
- “Ik heb mijn voornaamwoorden al een paar keer genoemd. Gebruik ze alsjeblieft.”
- “Dat is mijn naam niet. Ik wil dat je me Sam noemt.”
Ervoor kiezen niet te reageren, wat ook prima is:
- Bij een onbekende die je nooit meer ziet.
- Als corrigeren niet veilig is.
- Als je die dag gewoon te moe bent.
Je laat niemand in de steek door een fout te laten passeren. Jij bepaalt waar je je energie aan besteedt.
Vraag bondgenoten om hulp. Vrienden en collega’s kunnen anderen voor jou verbeteren, zodat het werk niet altijd bij jou ligt. Vertel wat je wilt: sommigen willen stille correcties, anderen regelen het liever zelf.
Als misgenderen opzettelijk is
Soms is het geen vergissing. Iemand weigert je naam of voornaamwoorden te gebruiken, gebruikt je deadname om je uit te dagen of maakt je identiteit belachelijk.
- Benoem het zoals het is. Herhaald, opzettelijk misgenderen na een correctie is respectloos en op veel werkplekken en scholen een vorm van intimidatie.
- Leg het vast. Noteer data, wat er gezegd werd en wie erbij was. Bewaar berichten en e-mails.
- Gebruik formele wegen als je dat wilt. Veel werkgevers, scholen en hogescholen hebben regels die genderidentiteit beschermen. In Nederland verbiedt de Algemene wet gelijke behandeling onderscheid op grond van geslacht, waaronder ook genderidentiteit valt. HR, de vertrouwenspersoon, de vakbond, studentenbegeleiding of een LGBTQIA+-organisatie kan je adviseren.
- Bescherm je welzijn. Beperk contact waar mogelijk en leun op mensen die je zien zoals je bent.
Onze gids over LGBTQ+ zijn op het werk legt de mogelijkheden op het werk verder uit.
Bestanden, formulieren en systemen
Veel misgenderen komt niet van mensen maar van systemen: een oude naam in een database, een automatische aanhef in een e-mail, een geslachtsregistratie in een patiëntendossier.
- Vraag organisaties je naam en aanhef aan te passen. Veel organisaties kunnen een roepnaam registreren, ook als je officiële documenten nog niet zijn gewijzigd.
- Ga na welke systemen uit welke bestanden putten. Een bank, school of huisarts heeft soms meerdere bestanden; het ene aanpassen werkt niet altijd door in de andere.
- In de zorg kun je vragen of men je naam en voornaamwoorden noteert. Als medische informatie afhangt van anatomie, kan een goede zorgverlener dat apart vastleggen zonder je te misgenderen.
Beheer je systemen op je werk, maak het dan makkelijk om naam en aanhef te wijzigen zonder officiële documenten, waar de wet dat toelaat.
Als je ziet dat iemand anders gemisgenderd wordt
Omstanders kunnen veel verschil maken, zolang ze eerst nadenken over wat de persoon zelf zou willen.
- Een lichte correctie werkt vaak het best. Zegt iemand “hij” over een collega die “zij” gebruikt, dan kun je gewoon doorgaan: “Ja, zij leidt het project.”
- Out niemand. Is de persoon in die omgeving niet uit de kast, dan kan een correctie onthullen dat diegene trans is. Twijfel je, praat er dan later onder vier ogen over.
- Vraag wat de persoon wil. “Ik merk dat mensen nog steeds de verkeerde naam voor je gebruiken. Wil je dat ik er iets van zeg, of liever niet?”
- Spreek opzettelijk misgenderen aan. Is het duidelijk bewust, dan laat een kalm “Dat is haar naam niet” of “Je weet haar voornaamwoorden” zien dat het niet oké is.
- Vraag na afloop hoe het gaat. Een stil “Dat was vervelend, gaat het?” kan veel betekenen.
Onze gids over een LGBTQ+-bondgenoot zijn heeft meer ideeën om met een doel te reageren.
Als je iemands voornaamwoorden niet kent
Je hoeft niet te raden.
- Luister eerst. Mensen noemen hun voornaamwoorden vaak bij een kennismaking, in hun e-mailhandtekening of via hoe vrienden over hen praten.
- Gebruik de naam of neutrale formuleringen tot je het weet.
- Vraag het privé en eenvoudig. “Welke voornaamwoorden gebruik je?” kan in de meeste situaties. Maak er geen openbaar moment van.
- Deel die van jezelf bij een kennismaking of in je handtekening. Dat maakt het voor anderen makkelijker om de hunne te delen zonder eruit te springen.
Goed voor jezelf zorgen als je vaak gemisgenderd wordt
Steeds gemisgenderd worden kan uitputten. Wat helpt:
- Breng tijd door op plekken waar je goed gezien wordt, online of in het echt.
- Houd een paar mensen dichtbij die je naam en voornaamwoorden moeiteloos gebruiken.
- Let op vooruitgang. Familie en collega’s worden vaak langzaam maar zeker beter.
- Zoek steun als het je stemming, slaap of zelfvertrouwen raakt. Onze gids over minderheidsstress legt uit waarom kleine, herhaalde kwetsuren optellen en wat helpt.
Kort samengevat
- Misgenderen is voor iemand de verkeerde naam, het verkeerde voornaamwoord of genderwoord gebruiken.
- Doe je het zelf: verbeter jezelf kort, geen scène, de volgende keer beter.
- Oefen nieuwe namen en voornaamwoorden als de persoon er niet bij is.
- Overkomt het jou: kies de reactie die past bij je energie en veiligheid.
- Opzettelijk misgenderen is respectloos en vaak intimidatie; leg het vast.
- Als omstander: corrigeer licht, bescherm privacy en vraag wat de persoon wil.
Iemands naam en voornaamwoorden goed gebruiken kost weinig en betekent veel. Als er fouten gebeuren, herstellen een snelle correctie en blijvende moeite ze meestal.


