HomeGemeenschap

Gemeenschap

Inclusieve taal: een praktische gids voor woorden die LGBTQIA+-mensen respecteren

Wat inclusieve taal is, welke gangbare uitdrukkingen problemen geven en wat je in plaats daarvan zegt, hoe je formulieren en vacatures schrijft en hoe je met fouten omgaat zonder van woorden een examen te maken.

WhatsApp
Meer opties
FacebookTelegramE-mail
Uit gekleurd papier geknipte tekstballonnen die elkaar overlappen op een limoengroene achtergrond
Imagem: universe.gay

Inclusieve taal betekent woorden kiezen die mensen juist beschrijven en niemand zonder reden buitensluiten. Voor LGBTQIA+-mensen gaat het meestal om eenvoudige dingen: de woorden gebruiken die mensen voor zichzelf gebruiken, niet aannemen dat iedereen hetero of cisgender is en oude termen vermijden waar beledigingen of onjuiste ideeën aan kleven.

Het gaat niet om het uit je hoofd leren van een lijst verboden woorden of om stijf en voorzichtig praten. Meestal is inclusieve taal gewoon precieze taal. “Partner” is preciezer dan “man” of “vrouw” als je iemands situatie niet kent. “Beste aanwezigen” is preciezer dan “dames en heren” als je een gemengde zaal toespreekt. Deze gids geeft praktische voorbeelden, legt de redenen uit en laat zien hoe je met fouten omgaat.

Drie principes voor de meeste situaties

1. Volg de zelfbeschrijving. Het beste woord voor iemand is meestal het woord dat die persoon zelf gebruikt. Zegt iemand lesbisch te zijn, zeg dan lesbisch. Gebruikt iemand de naam Alex en het voornaamwoord zij, gebruik die dan. Twijfel je, luister dan eerst of vraag het beleefd.

2. Ga niet uit van aannames. Veel alledaagse uitdrukkingen gaan ervan uit dat mensen hetero zijn, dat stellen uit een man en een vrouw bestaan of dat iedereen in een van twee genders past. Kleine aanpassingen halen de aanname weg zonder dat je er een toespraak van hoeft te maken.

3. Wees precies, niet vaag. Inclusieve taal moet de betekenis duidelijker maken, niet vager. Gaat het echt over lichamen, zeg dan wat je over lichamen wilt zeggen. Gaat het over mensen, beschrijf dan mensen. Precisie beschermt zowel respect als begrip.

Gangbare uitdrukkingen en betere alternatieven

In plaats van Probeer Waarom
Een homoseksueel (als zelfstandig naamwoord) Een homoman, een lesbienne, een homo Het woord heeft een medische geschiedenis en wordt vaak vijandig gebruikt
Seksuele voorkeur Seksuele oriëntatie “Voorkeur” klinkt als een vrijblijvende keuze
De homolevensstijl Het leven van LGBTQ+-mensen, of noem het specifieke onderwerp Er bestaat geen levensstijl die miljoenen mensen delen
Een transseksueel, een transgender Een transpersoon, een transvrouw, een transman Trans is een bijvoeglijk naamwoord, geen zelfstandig naamwoord
Als man geboren / als vrouw geboren Bij de geboorte als man geregistreerd / als vrouw geregistreerd Beschrijft wat is vastgelegd, niet wie iemand is
Geslachtsverandering Transitie, genderbevestigende zorg Transitie is een proces met veel onderdelen, geen enkele operatie
Hij heeft toegegeven dat hij homo is Hij is uit de kast gekomen, hij heeft verteld dat hij homo is “Toegeven” suggereert een bekentenis van iets verkeerds
Normale mensen, normale stellen Heteroseksuele mensen, cisgender mensen, hetero stellen “Normaal” suggereert dat anderen abnormaal zijn
Hermafrodiet Intersekse persoon De oude term is onjuist en kwetsend voor mensen
Dames en heren, hoi jongens Beste aanwezigen, hallo allemaal, beste gasten Iedereen in de zaal hoort erbij
Man / vrouw (als je het niet weet) Partner, echtgenoot of echtgenote, geliefde Gaat niet uit van het gender van beide partners
Vader en moeder (op formulieren) Ouder 1 / ouder 2, of ouder/verzorger Past bij gezinnen met twee moeders, twee vaders of andere verzorgers

Deze alternatieven zijn niet bedoeld om woorden te verbieden. “Homoseksueel” kan in een historisch citaat of wetenschappelijk artikel staan. “Man” is prima als je weet dat iemand een man heeft. Het doel is een woord niet zo te gebruiken dat het mensen verkeerd beschrijft of ongemerkt uitwist.

De woorden die mensen voor zichzelf gebruiken

Sommige woorden hangen af van wie ze zegt. Queer, bijvoorbeeld, was ooit een gangbaar scheldwoord en wordt nu trots gebruikt door veel LGBTQIA+-mensen. Onze gids over wat queer betekent legt uit hoe teruggewonnen woorden werken. In het Nederlands is “homo” een goed voorbeeld: gewone zelfbeschrijving, maar op het schoolplein nog vaak als scheldwoord gebruikt. Ook “flikker” en “pot” worden soms binnen de gemeenschap teruggenomen, maar zijn van buitenaf beledigend.

Voor mensen buiten een groep is het veiligst om breed geaccepteerde, neutrale termen te gebruiken, en teruggewonnen woorden alleen over te nemen als de mensen over wie je praat ze in die situatie duidelijk zelf gebruiken.

Onthoud ook dat iemand meerdere woorden kan gebruiken. Iemand kan tegelijk biseksuele vrouw, queer en moeder zijn. Je hoeft niet één label te kiezen. Gebruik het label dat bij het gesprek past, of het woord dat die persoon zelf gebruikte.

Formulieren, enquêtes en documenten

In formulieren wordt uitsluiting vaak het zichtbaarst, omdat ze een keuze afdwingen.

  • Vraag alleen wat je nodig hebt. Gebruik je gegevens over gender niet, verzamel ze dan ook niet. Elk extra veld is een vraag die mensen over zichzelf moeten beantwoorden.
  • Heb je gender nodig, bied dan echte opties. Bijvoorbeeld: vrouw, man, non-binair, een vrij veld en “zeg ik liever niet”. Is het lichamelijke geslacht medisch relevant, stel die vraag dan apart met een eigen uitleg.
  • Scheid roepnaam en officiële naam. Vraag naar de “naam waarmee je wilt worden aangesproken” en alleen waar de wet het vereist naar de “naam volgens je identiteitsbewijs”. Dat beschermt transpersonen en iedereen die een andere naam gebruikt.
  • Maak de aanhef optioneel, of bied een neutrale aanhef zoals “Beste Kim Jansen”.
  • Gebruik “ouder/verzorger” en “partner” in plaats van uit te gaan van een bepaalde gezinsvorm.
  • Leg uit waarom je het vraagt. Een zin als “zo kunnen we nagaan of onze diensten iedereen bereiken” maakt het makkelijker om te antwoorden.

Vacatures en communicatie op het werk

Inclusieve taal telt op het werk, omdat die laat zien wie welkom is nog voordat iemand binnenstapt.

Functietitels: in het Nederlands zijn veel functienamen al genderneutraal, zoals docent, verpleegkundige of manager. In vacatures zie je vaak “(m/v)”; steeds meer organisaties schrijven “(m/v/x)” of laten de toevoeging weg en schrijven gewoon “Wij zoeken een collega”.

Voorzieningen: schrijf “partner” in plaats van alleen “echtgenoot”, als regelingen ook voor ongehuwde stellen gelden, en zeg duidelijk dat partners van hetzelfde geslacht eronder vallen. Nederland was in 2001 het eerste land ter wereld met het burgerlijk huwelijk voor paren van gelijk geslacht.

Regelingen: spreek van “ouderschapsverlof” als het voor elke ouder geldt, en beschrijf zwangerschapsverlof als zodanig wanneer het specifiek met de zwangerschap te maken heeft.

Dagelijkse mails: “Hoi allemaal” of “Beste collega’s” werkt beter dan “Hoi jongens” in gemengde groepen. Je hoeft collega’s niet bij elke losse uitdrukking te verbeteren; je eigen gewoonten aanpassen is vaak genoeg.

Wanneer precisie over lichamen ertoe doet

Sommige mensen zijn bang dat inclusieve taal betekent dat je nooit meer “vrouwen” of “mannen” mag zeggen. Dat is niet de bedoeling. In de meeste gesprekken zijn “vrouwen” en “mannen” precies de juiste woorden.

Inclusieve taal wordt specifieker wanneer het onderwerp echt een lichaamsdeel of medisch proces is dat niet alle mensen van een gender delen. Een oproep voor het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker gaat bijvoorbeeld over mensen met een baarmoederhals: de meeste vrouwen, maar ook sommige transmannen en non-binaire mensen, en niet alle vrouwen. Dan is “heb je een baarmoederhals, maak dan een afspraak” gewoon preciezer. Veel zorgdiensten combineren beide: “vrouwen en iedereen met een baarmoederhals”.

De regel is niet dat je elk gendergebonden woord vervangt. De vraag is: over wie gaat deze informatie echt? Beschrijf die groep dan helder.

Andere talen werken anders

Het Engels markeert gender vooral in voornaamwoorden en een paar zelfstandige naamwoorden. Het Nederlands doet dat ook vooral in voornaamwoorden en sommige beroepsnamen, wat het relatief makkelijk maakt. Talen als het Portugees, Spaans, Frans, Italiaans, Duits, Pools en Roemeens markeren gender ook in lidwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en werkwoordsvormen, en daar leidt inclusieve taal tot nieuwe uitgangen, speciale tekens of herformuleringen, met veel discussie.

Je hoeft die discussie niet te beslechten om in een gesprek respectvol te zijn. De naam van iemand gebruiken, neutrale woorden kiezen waar die bestaan en zinnen herformuleren werkt bijna altijd. Onze gids over wat non-binair betekent geeft voorbeelden uit verschillende talen.

Omgaan met fouten

Iedereen kiest weleens het verkeerde woord, zeker bij oude gewoonten. Waar het om gaat, is de reactie.

Als jij een fout maakt: verbeter jezelf kort en ga door. “Sorry, ik bedoel haar partner” is genoeg. Lange excuses zetten de ander onder druk om jou gerust te stellen.

Als iemand jou verbetert: bedank diegene en gebruik het nieuwe woord. Een korte vraag mag als je twijfelt, maar ga niet in discussie over de vraag of de correctie nodig was.

Als je iemand een verouderde term hoort gebruiken: let op de situatie. Een rustig woord achteraf werkt vaak beter dan een publieke correctie, zeker als het niet kwaad bedoeld was. Werd de term gebruikt om iemand te bespotten of aan te vallen, dan kan een duidelijke reactie op dat moment nodig zijn. Onze gids over een LGBTQ+-bondgenoot zijn geeft manieren om met een doel te reageren.

Wat inclusieve taal niet is

Geen wachtwoord. De juiste woorden bewijzen niet dat iemand aardig is, en een ouder woord bewijst niet dat iemand vijandig is. Daden en patronen tellen meer dan één uitdrukking.

Geen middel om mensen te kijk te zetten. Wie anderen vernederend verbetert, maakt hen meestal defensief en minder bereid te veranderen. Geduld en voorbeelden werken beter.

Niet voor altijd vastgelegd. Taal verandert voortdurend. Sommige termen die twintig jaar geleden werden aangeraden, zijn nu verouderd, en sommige huidige termen veranderen ook weer. Nieuwsgierig blijven is nuttiger dan een perfecte lijst leren.

Niet alleen een LGBTQIA+-onderwerp. Dezelfde principes helpen bij beperking, leeftijd, afkomst, religie en veel meer: beschrijf mensen zoals ze zichzelf beschrijven, vermijd aannames en wees precies.

Een korte checklist

  • Gebruik de namen, voornaamwoorden en identiteitswoorden die mensen voor zichzelf gebruiken.
  • Zeg “partner”, “ouder” en “allemaal” als je de details niet kent.
  • Vermijd termen die identiteiten voorstellen als voorkeur, levensstijl of bekentenis.
  • Gebruik trans en intersekse als bijvoeglijke naamwoorden.
  • Vraag alleen naar persoonsgegevens die je echt nodig hebt.
  • Wees precies over lichamen als het onderwerp lichamen is.
  • Verbeter je eigen fouten kort en die van anderen met tact.

Inclusieve taal is een kleine dagelijkse oefening. Goed gedaan merkt bijna niemand het, behalve de mensen die zich eindelijk juist beschreven voelen.

Bronnen

WhatsApp
Meer opties
FacebookTelegramE-mail